Wie begint met pianospelen, komt vroeg of laat een begeleidingsfiguur tegen die telkens opnieuw opduikt. Ze klinkt licht, vloeiend en vanzelfsprekend, maar vormt tegelijk een stevig fundament onder de melodie. Dit patroon staat bekend als de Alberti-bas.
De Alberti-bas is een veelgebruikte begeleidingsvorm in muziek uit de Klassieke periode (ongeveer 1740–1810) en blijft ook in de vroege Romantiek regelmatig voorkomen. Ze dankt haar naam aan Domenico Alberti (1710–1740/46), een Venetiaanse componist die dit type begeleiding frequent toepaste in zijn klaviersonates.
Hoewel Alberti zelf vandaag minder bekend is, bleef het patroon dat zijn naam draagt een vaste waarde in het werk van componisten als Mozart, Haydn, Clementi en Beethoven.
Een Alberti-bas is een gebroken akkoord dat volgens een vast patroon wordt herhaald.
Het patroon bestaat uit de tonen van een drieklank, gespeeld in de volgorde:
laag – hoog – midden – hoog
Bijvoorbeeld bij een do-akkoord (do–mi–sol), zoals bij Mozarts Klaviersonate in C (zie onder):
do – sol – mi – sol | do – sol – mi – sol | …
Door deze voortdurende beweging klinkt de muziek vloeiend en licht, zelfs wanneer het akkoord lange tijd ongewijzigd blijft. De Alberti-bas creëert zo een gevoel van beweging, terwijl de harmonie zelf stabiel blijft.
Mozart, klaviersonate in C, Allegro (maat 1-2)
In de Barok werd de begeleiding vaak gedragen door een continuo-bas, die een duidelijke en soms zware structuur gaf aan de muziek. In de Klassieke periode zocht men naar een lichter, transparanter alternatief dat de melodie meer ruimte liet.
De Alberti-bas biedt precies dat. Ze zorgt voor:
een vloeiende, bijna zingende onderstroom
een lichte en continue beweging onder de melodie
een stabiel harmonisch fundament zonder zwaarte
een subtiel gevoel van vooruitgang en richting
Een bekend voorbeeld is Mozarts klaviersonate in C, KV 545 (zie afbeelding boven & video met Sokolov), waar de linkerhand een typische Alberti-bas speelt terwijl de rechterhand een eenvoudige, lyrische melodie brengt. Ook Beethoven maakt geregeld gebruik van deze figuur, onder andere in zijn sonates op. 13 en op. 27.
Of Haydn is zijn klaviersonate in C (Hob. XVI:1):
Begin bij de akkoorden
Voor je het patroon speelt, is het belangrijk om de begeleidingsgroepen eerst als volledig akkoord te kunnen spelen. Dat helpt om:
de juiste handpositie te vinden
soepel naar het volgende akkoord te bewegen
overzicht te houden over de harmonische structuur
Speel de akkoorden daarom eerst blokvormig, bijvoorbeeld do–mi–sol samen, en ga pas daarna over naar het gebroken patroon.
Speel het patroon
Wanneer de akkoorden comfortabel aanvoelen, kun je overgaan naar de beweging die zo karakteristiek is voor de Alberti-bas:
speel het volledige patroon: laag – hoog – midden – hoog
laat de pols licht meebewegen, zonder vast te zetten
combineer vinger- en lichte polsbeweging voor helderheid en gelijkmatigheid
Let op de vingerzetting
De herhaalde bovenste noot wordt vaak met de duim gespeeld. Omdat deze noot meestal op een zwakkere tel valt, is het belangrijk dat ze niet overheerst.
Een zware duim kan het patroon onrustig maken en de balans verstoren.
Op historische instrumenten waren de toetsen veel lichter, waardoor dit patroon vrijwel volledig met de vingers gespeeld kon worden. Op de moderne piano vraagt het een subtiele combinatie van techniek en ontspanning.
De Alberti-bas lijkt op het eerste gezicht eenvoudig, maar vraagt aandacht, balans en rust. Ze leert de pianist luisteren naar beweging, klank en samenhang. Kwaliteiten die verder reiken dan dit ene patroon.
In die zin is de Alberti-bas niet alleen een begeleidingsvorm, maar ook een oefening in muzikaal denken.
gepubliceerd op 30 december 2025